Eindhoven Airport en RTHA vliegen voorlopig door zonder natuurvergunning. Niet omdat de wet dat toestaat, maar omdat de hoogste bestuursrechter ervoor kiest om een illegale situatie te behandelen alsof het gaat om een ingewikkelde administratieve kwestie die vooral zorgvuldig moet worden opgelost.
De nieuwe uitspraken van de Raad van State over de twee vliegvelden vormen samen een verbluffend dossier: luchthavens zonder natuurvergunning, een minister die al jaren weigert te handhaven, stikstofschade die onmiskenbaar is – en toch geen enkele verplichting om nu eindelijk te stoppen met de overtredingen.
Het is een patroon dat begint bij de rechtbank Arnhem, waar de rechter nog wél durfde te zeggen wat iedereen allang wist: RTHA en Eindhoven Airport opereren zonder geldige natuurvergunning en veroorzaken stikstofschade waarvoor geen juridische basis bestaat. Die uitspraak was een zeldzaam moment van rechtsstatelijke helderheid. Geen gedoogconstructie, geen bestuurlijke hocus-pocus, geen uitstel. De rechter zei het alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat een luchthaven zich aan de wet moet houden. Maar in ons land is dat allang geen vanzelfsprekendheid meer.
De Raad van State kiest nu voor een andere realiteit. In de uitspraken wordt vastgesteld dat de luchthaven geen vergunning heeft en dat de stikstofdepositie niet vooraf is uitgesloten. Ook wordt duidelijk dat de minister opnieuw kiest voor uitstel, onderzoek, proces, traject, overleg – alles behalve handhaving. En vervolgens wordt het handhavingsverzoek van MOB afgewezen met de redenering dat de minister eerst zorgvuldig moet onderzoeken hoe de situatie kan worden opgelost.
Bestuurlijk gezwam
Dat woord zorgvuldig is inmiddels bestuurlijke gezwam. Zorgvuldig betekent hier niet: de wet naleven. Zorgvuldig betekent: tijd rekken. Zorgvuldig betekent: de vliegvelden laten doorgaan zoals altijd. Zorgvuldig betekent: de natuur laten wachten.
De hoogste rechter erkent dat de situatie illegaal is, maar weigert de consequenties te verbinden aan die illegaliteit. De minister mag eerst onderzoeken, afwegen, nader motiveren, plafonds vaststellen en monitoring organiseren. Het is dezelfde taal die we kennen van het gevalletje Schiphol: een parallel universum waarin de vliegindustrie nooit hoeft te stoppen met illegale activiteiten zolang er maar een proces loopt dat belooft dat het ooit misschien beter wordt.
Het wrange is dat de Raad van State hiermee precies doet wat de rechtbank Arnhem expliciet níet wilde: de illegale situatie normaliseren. Door te zeggen dat Eindhoven en Rotterdam geen haast hoeven te maken, wordt de overtreding onderdeel van het systeem. De luchthavens mogen blijven vliegen, de stikstof mag blijven neerdalen, de natuur mag blijven verslechteren – zolang de minister maar belooft dat er later een keer een besluit komt.
Fictie
Het is pure fictie. De natuur kan helemaal niet wachten. De wet kent geen pauzeknop. Omwonenden kunnen niet nog eens jaren accepteren dat vliegvelden buiten elke vergunning opereren. Maar de Raad van State kiest er nu voor om het bestuurlijke ongemak van de minister zwaarder te laten wegen dan de juridische realiteit.
De uitspraken vormen samen een signaal dat de luchtvaartsector al decennia perfect weet te benutten: als je maar groot genoeg bent, als je maar lang genoeg gedoogd wordt, als je maar genoeg bestuurlijke druk uitoefent, dan wordt illegaal gedrag vanzelf een soort geaccepteerde praktijk. De rechtbank Arnhem zag dat en trok een harde lijn. De Raad van State gumt die lijn nu weer uit.

Sla dit artikel op in uw favorieten










Frans Kooy
Pfff, met de moed der wanhoop strijden we maar weer verder…