Bewoners tegen uitbreiding van Schiphol op de huidige locatie

Wetenschap

Elektriciteitssector houdt tot 2050 geen rekening met kunstkerosine

foto: analogicus via Pixabay

Een gezamenlijke toekomstverkenning van elektriciteitsbedrijven als Tennet, Alliander, Stedin plus Gasunie houdt tot 2050 geen enkele rekening met de energiebehoefte voor het brouwen van kunstkerosine. Wel worden alvast grote knelpunten gesignaleerd.

Dit blijkt uit het vandaag verschenen rapport ‘Het energiesysteem van de toekomst – Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050’.

In het rapport wordt weliswaar erkend dat er zeer veel energie nodig zal zijn om op enige schaal kunstbrandstoffen te maken, maar de onderzoekers gaan nauwelijks in op de gevolgen voor de energievoorziening van Nederland tot het jaar 2050.

Niet opgenomen in de analyse
“De analyse van brandstoffen voor de internationale luchtvaart is niet opgenomen in deze verkenning”, aldus het 214 pagina’s tellende verslag.

Eerder beschreven we al de enorme hoeveelheden energie die nodig zijn voor de productie van synthetische kerosine. De luchtvaartsector presenteert deze alternatieve brandstof graag als oplossing om te komen tot ‘duurzaam vliegen’.

In de verkenning wordt in één kader bevestigd dat het gaat om een zeer grote energiebehoefte. “De internationale luchtvaart zal in 2050 naar verwachting nog gebruik maken van (hernieuwbare) brandstoffen, bij voorbeeld synthetische kerosine. Daarvoor is (groene) waterstof nodig als grondstof. Net als een bron voor koolstof.”

“Wij stellen ons de vraag: in hoeverre zal grootschalige productie van synthetische brandstoffen de transportinfrastructuur voor waterstof extra belasten?”

“Die impact hangt af van drie factoren: hoeveel kunstkerosine er in Nederland geproduceerd gaat worden, hoeveel extra wind op zee er nodig is om additionele waterstof te produceren en hoeveel van die brandstoffen geïmporteerd kunnen worden.”

De onderzoekers zeggen een globale analyse te hebben gemaakt van wat het betekent als de kunstkerosine voor een deel in Nederland wordt gemaakt.

Tien keer zoveel windmolens nodig
“Uitgangspunt is 21 gigawatt wind op zee die aan de basis zou kunnen staan van een deel van de kerosineproductie. Dat is dus een enorme vergroting van het opgesteld vermogen wind op zee. Als al deze output wordt gebruikt om waterstof te maken, dan levert dit met een rendement van 70 procent 15 gigawatt in termen van waterstof met een jaarproductie van 52 terawattuur waterstof per jaar.”

Even ter illustratie: in 2020 leverden alle windmolens op zee ons land een vermogen van 2,4 gigawatt op. Voor een deel van de gewenste hoeveelheid kunstkerosine zouden dus bijna tien keer zoveel windmolens op zee moeten worden geplaatst.

Veel verlies bij productie kunstkerosine
Volgens de energiebedrijven slokt een fabriek die nodig is om van de waterstof kerosine te maken zelf al 6 gigawatt aan vermogen op. Het restant van 9 gigawatt kan dan worden opgeslagen en gebruikt.

Voor deze vorm van waterstofgebruik is volgens het rapport 10 terawattuur aan waterstofopslag nodig. Dat is een probleem, want dat vergt maar liefst vijftig extra holtes in de zoutlagen onder ons land.

“Dit komt bovenop de al benodigde zoutcavernes voor de seizoensopslag van waterstof. Dat is een knelpunt, er moet dan worden gezocht naar andere vormen van ondergrondse opslag.” Die technologie is nog niet voorhanden en zal dus ook nog moeten worden ontwikkeld.

Korrel zout
Het feit dat er in zo’n verkenning voor de langere termijn van toonaangevende elektriciteitsbedrijven op geen enkele manier rekening wordt gehouden met de productie van synthetische kerosine, geeft duidelijk aan dat zij de intenties van de luchtvaartindustrie met een flinke korrel zout nemen.

De alternatieve vliegtuigbrandstof is goud waard voor de marketing van en greenwashing door de sector, maar zet in de praktijk geen zoden aan de dijk. Althans niet vóór het jaar 2050.

Wat vond u van dit artikel?

Klik op een ster om het stuk te waarderen

Gemiddeld 4.8 / 5. Aantal stemmen: 30

Nog geen stemmen. Geef als eerste uw mening!

FavoriteLoadingSla dit artikel op in uw favorieten
  1. Bernard Gerard

    Bovengeschetst verhaal is niet volledig.

    Genoemde studie van de Gasunie, Tennet en de regionale netbeheerders bevat fase 2 en fase 3 van een ruimer onderzoek.
    Fase 1 van dit onderzoek (waarnaar expliciet verwezen wordt) is een onderzoek van Berenschot en Kalavasta dd april 2020 “Klimaatneutrale Energiescenario’s 2050” . Dit is te downloaden op http://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/15/kamerbrief-klimaatneutrale-energiescenarios-2050 .
    In dit onderzoek van Berenschot en Kalavasta wordt wel degelijk, ook kwantitatief, ingegaan op de (extraterritoriale) energiebudgetten voor de luchtvaart en scheepvaart, en wel op blz 28 en 29 en op blz 41 en 42.
    Van de huidige lucht- en scheepvaartbuffers van 670PJ (welk bedrag in de vier toekomstige scenario’s verschillend is) brengen ze een kleiner deel onder in de energiebegroting die doorgerekend wordt, en een groter deel in een extra importpost die verder niet doorgerekend wordt omdat die de Nederlandse energiestructuur niet belast.
    Combineert men de diverse gegevens, dan komt men tot de conclusie dat de vier Sankeydiagrammen in de netbeheerdersstudie (welke diagrammen niet in het verhaal van Berenschot en Kalavasta staan) alle een post synthetische kerosine bevatten die van scenario tot scenario verschilt.
    Ik moet toegeven dat het wel enig gepuzzel vraagt om dit uit te zoeken.

    De Gasunie en de netwerkbeheerders zijn de post ‘synthetische kerosine’ dus niet ‘vergeten’. Daar zijn deze instituten, en ook Berenschot en Kalavasta, te goed voor.
    Of je het vervolgens met hun insteek eens bent, dat is een ander verhaal.

    Bernard Gerard
    BVM2

  2. Mike

    LOL. De infrabedrijven (Stedin, Tennet e.d.) zitten momenteel vooral bij de gedachten van de zonneparken en electrische auto’s. Hiervoor willen ze plots snel geld bij de burgers halen, omdat ze meer dan 20 jaar hebben zitten slapen en de winst naar bonussen weg hebben laten vloeien. Dus laat staan de juiste infra t.b.v. een natte droom van Benschop.

    Bijna alle Nederlandse bedrijven doen alleen aan korte termijnen. Innovatie moet met een soort van dwang vanuit de politiek komen en op dat moment ontstaat er paniek en willen deze bedrijven voor deze zzogenaamde innovaties, die veelal een opnieuw uitgevonden wielen van iemand anders, flinke subsidies ontvangen.

    Daarom dat deze zogenaamde ‘groene ideeen’ vanuit de luchtvaart nooit gerealseerd worden en dus beloftes nooit nagekomen. De overheid doet geen handhaven bij de luchtvaartindustrie. Dus ook geen controle op wat ooit in de vergunning is afgesproken.

  3. Extra CO2 uitstoot door electrolysers

    “Groene” waterstof is pas groen als er meer dan 100% duurzame energie de electrolyser ingaat. Dat is nog lang niet zo. Op dit moment is er maar 20% duurzame energie uit wind en zon.

    Overal ontstaan initiatieven om met electrolysers groene waterstof te maken. Naast de al draaiende 1 MW Hystock electrolyser in Veendam, zijn er initiatieven om 20 MW, 100 MW en zelfs 250 MW electrolysers te bouwen. Om van de 3 tot 4 GW electrolysers die tussen nu en 2030 gepland staan maar te zwijgen.

    Alle initiatieven hebben als uitgangspunt om de energietransitie een dienst te bewijzen. Er zal immers minder CO2 uitstoot resulteren bij het gebruik van groene waterstof? Toch? Nou, hier is nogal wat op af te dingen. Rekenen is weten en dat ga ik hier doen.

    Rendement is veel lager dan wordt verteld

    Elektrolyse heeft een rendement van 54,9%, bij gebruik van waterstof op 700 bar is het netto rendement slechts 49,1%. De voorstanders van waterstof rekenen met 75% rendement, dat heet jezelf ‘rijk rekenen’.

    We rekenen verder met 54,9%. Als de groene waterstof wordt gebruikt als brandstof in een elektriciteitscentrale of een voertuig, verdwijnt er nogmaals 50% van de energie. 100-45,1-50% betekent dat er uiteindelijk 27,5% van de oorspronkelijke duurzame energie overblijft.

    Bij waterstof van 700 bar is de som 100-50,9-50% blijft er uiteindelijk 24,6% netto over.

    Als er 4 kWh duurzame energie in een electrolyser gaan zijn deze niet meer beschikbaar op het elektriciteitsnet. We zagen al dat er van die 4 kWh er netto 27,5% overblijft, 1,1 kWh dus.

    Verdringing naar fossiele opwek als compensatie

    De verloren 2,9 kWh, bij 700 bar zelfs ruim 3 kWh, moeten natuurlijk wel opgewekt worden. En dat … gebeurt met fossiele opwekking door gas- en kolencentrales. Ze gaan onvermijdelijk harder draaien.

    We weten dat één kWh opgewekt met gas- en kolen, de zogenaamde grijze stroommix, een CO2 uitstoot oplevert van 556 gram.

    En nu dan de echte gevolgen

    Wat betekent dit nu op MW schaal van electrolysers? 1 MW is 1000 kW. Een volcontinu draaiende electrolyser komt aan 8.760 uur per jaar. Deze electrolyser, een heel kleine als de 1 MW Hystock in Veendam, verbruikt 8.876.000 kWh per jaar.

    Met een rendement van 27,5% is het verlies 6.351.000 kWh. Als die vervolgens, en dat gebeurt met 100% zekerheid, worden opgewekt door gas- en kolencentrales, ontstaat er een extra CO2 uitstoot van 6.351.000 x 0,556 kg is 3.531.156 kg.

    Een 20 MW electrolyser is verantwoordelijk voor 70.623.120 kg, dus 70.623 ton extra CO2 uitstoot.

    Een 100 MW electrolyser is verantwoordelijk voor 353.115 ton extra CO2 uitstoot

    Een 250 MW electrolyser is verantwoordelijk voor 882.789 ton extra CO2 uitstoot.

    In tegenstelling tot wat de voorstanders van waterstof ons proberen wijs te maken dat ‘waterstof nodig is voor een CO2 vrije toekomst’, is het tegendeel het geval. De voorstanders, belanghebbende bedrijven die hun geld nu nog met fossiele brandstoffen verdienen, vertellen steeds de helft van het verhaal.

    Al met al levert de route via groene waterstof 31x zoveel CO2 uitstoot op in vergelijking met de duurzame stroom rechtstreeks gebruiken.

    Wim Schermer

Geef een reactie

Translate