Fundamentele vragen over de Habitatrichtlijn kunnen leiden tot jarenlange vertraging en een Europese uitspraak met grote gevolgen voor Schiphol.
De Raad van State houdt morgen, op dinsdag 27 oktober vanaf 10 uur, een bijzondere zitting over de natuurvergunning van Schiphol. Daarbij staat niet de vergunning zelf centraal, maar een andere vraag: moet het Europees Hof van Justitie in Luxemburg zich eerst uitspreken over de uitleg van de Europese Habitatrichtlijn?
Dat de hoogste bestuursrechter hiervoor een aparte zitting organiseert, laat zien hoe groot en principieel de juridische vragen zijn die onder de Schipholvergunning liggen.
De zaak draait om de natuurvergunning die voormalig minister van Landbouw aan Schiphol verleende voor maximaal 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Die vergunning werd vorig jaar door de rechtbank Den Haag onderuitgehaald. Volgens de rechtbank was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Zowel Schiphol als de minister gingen daartegen in hoger beroep. Ook MOB, Milieudefensie en Greenpeace zijn betrokken bij de procedure.
Europese Hof
De komende zitting gaat nadrukkelijk niet over de vraag of de vergunning geldig is. De Raad van State wil eerst met alle partijen bespreken of er zogenoemde prejudiciële vragen moeten worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Dat gebeurt wanneer een nationale rechter twijfelt over de juiste uitleg van Europees recht. Het Europese Hof geeft dan een bindende uitleg, waarna de nationale procedure verdergaat.
Als de Raad van State besluit die stap te zetten, kan de definitieve uitspraak in de Schipholzaak opnieuw vele maanden of zelfs jaren op zich laten wachten.
Kern van de zaak
Opvallend is dat de Raad van State zelf al heeft aangegeven welke onderwerpen zij met partijen wil bespreken. Een van die onderwerpen is de vraag of sprake is van de voortzetting van ‘één en hetzelfde project’. Dat klinkt technisch, maar ligt dichtbij de kern van de Schipholvergunning.
Schiphol stelt zich al jaren op het standpunt dat de huidige luchthaven in belangrijke mate voortbouwt op historische activiteiten en rechten. Tegenstanders betogen juist dat de luchthaven zoals die tegenwoordig opereert juridisch niet zomaar kan worden gelijkgesteld met het Schiphol van tientallen jaren geleden.
De vraag welk project precies moet worden beoordeeld en hoe groot dat project is, bepaalt uiteindelijk ook hoeveel stikstofuitstoot en natuurschade in de vergunning moeten worden meegenomen.
Mogelijk vergaande gevolgen
Daarnaast wil de Raad van State uitgebreid spreken over het zogenaamde additionaliteitsvereiste. Dat beginsel speelt een hoofdrol in veel stikstofprocedures. Kort gezegd houdt het in dat stikstofruimte alleen mag worden gebruikt voor nieuwe of gewijzigde activiteiten wanneer de onderliggende natuurmaatregelen niet toch al nodig zijn voor herstel van kwetsbare natuur.
Met andere woorden: maatregelen die de overheid sowieso moet nemen om natuurdoelen te halen, mogen niet nog eens worden ingezet om extra stikstofuitstoot van economische activiteiten goed te praten.
Juist over dit punt bestaat al jaren juridische discussie. Als het Europese Hof zich hierover uitspreekt, kan dat gevolgen hebben die veel verder reiken dan Schiphol alleen. Ook vergunningen voor landbouw, industrie, infrastructuur en andere luchthavens kunnen hierdoor worden geraakt.
De Raad van State behandelt tijdens dezelfde zitting namelijk ook een stikstofzaak rond een melkveehouderij in Drenthe. Kennelijk ziet de hoogste bestuursrechter overeenkomsten tussen beide dossiers en spelen dezelfde Europese rechtsvragen in meerdere vergunningprocedures.
Dat onderstreept dat de uitkomst niet alleen van belang is voor Schiphol, maar mogelijk voor het hele Nederlandse stikstofbeleid.
Voor omwonenden en natuurorganisaties is de aangekondigde zitting daarom een belangrijk signaal. De Raad van State lijkt serieus te onderzoeken of de bestaande Nederlandse interpretatie van de Habitatrichtlijn wel voldoende duidelijk is. Als Luxemburg uiteindelijk om uitleg wordt gevraagd, kan dat leiden tot nieuwe Europese rechtspraak die de juridische basis onder veel Nederlandse stikstofvergunningen opnieuw tegen het licht houdt.
Voor Schiphol staat daarmee meer op het spel dan een natuurvergunning voor 500.000 vliegbewegingen. De luchthaven dreigt het middelpunt te worden van een juridische discussie over de grenzen die het Europese natuurbeschermingsrecht stelt aan economische groei. Juist daarom wordt de zitting van 27 oktober mogelijk een van de belangrijkste momenten in de langdurige strijd om de toekomst van Schiphol.
Deze zitting is via het Youtube-kanaal van de Raad van State te volgen >

Sla dit artikel op in uw favorieten









Geef een reactie