Toen de Afdeling Advisering van de Raad van State vorige week haar advies over het nieuwe Schipholbesluit uitbracht, presenteerde het ministerie van Infrastructuur dat vrijwel onmiddellijk als een bevestiging van de gekozen koers. SchipholWatch ziet dat anders.
Volgens minister Vincent Karremans onderschrijft de Raad van State het belang van herstel van de rechtsbescherming voor omwonenden en hoeft de regering slechts enkele punten nader toe te lichten. Het beeld dat het ministerie daarmee oproept is dat het fundament van het besluit overeind staat en dat nog wat reparaties aan de randen nodig zijn, zo blijkt uit een brief aan de Kamer.
Wie echter het advies zelf leest én onze uitgebreide reactie daarop, ziet een totaal ander beeld. Waar het ministerie een technisch-juridische bijsluiter ziet, zien wij een vernietigend oordeel over precies die onderdelen waarop het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit rust.
Dat verschil in interpretatie is niet toevallig. Het gaat terug op een fundamenteel verschil in perspectief. Het ministerie kijkt naar de vraag of het besluit met aanvullende motivering wellicht alsnog verdedigbaar kan worden gemaakt. Wij kijken vooral naar de inhoudelijke kritiek van de Raad van State en constateren dat juist de belangrijkste bouwstenen van het besluit onderuit worden gehaald.
Eerdere negatieve adviezen
De kern van de zaak is dat de Raad van State zich aansluit bij kritiek die eerder al werd geuit door de Commissie voor de milieueffectrapportage en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Dat alleen al is veelzeggend. Want juist deze onafhankelijke instanties hadden de afgelopen maanden gewaarschuwd dat het dossier ernstige gebreken vertoonde.
Het ministerie probeert die observatie te bagatelliseren. In de Kamerbrief spreekt Karremans over “een aantal opmerkingen” waarop de toelichting zal worden aangevuld. De indruk wordt gewekt dat het advies vooral ziet op verduidelijking en nadere uitleg.
Maar de lijst onderwerpen waarop de Raad van State kritiek uit is opvallend lang en raakt vrijwel alle controversiële onderdelen van het dossier: het handhavingssysteem, het beheersplan, de mogelijkheid om daadwerkelijk in te grijpen bij overschrijdingen, de gefaseerde groei naar 500.000 vliegbewegingen, de toetsing aan artikel 8 EVRM, de milieueffectrapportage en zelfs de voorgenomen verwijdering van een grenswaarde voor koolstofmonoxide. Dat zijn stuk voor stuk dragende constructies van het besluit.
Ontbrekende bevoegdheden
Vooral de discussie rond handhaving laat zien hoe verschillend I&W en wij naar hetzelfde advies kijken. De Raad van State stelt expliciet vragen over de effectiviteit van het voorgestelde stelsel. De raad wil weten hoe overschrijdingen moeten worden voorkomen en wijst erop dat de ILT niet eens beschikt over een bestuurlijke boetebevoegdheid. Ook moet worden uitgelegd hoe eerder dan 2030 een effectief handhavingsinstrumentarium kan worden gerealiseerd.
Karremans erkent in zijn reactie feitelijk dat die bevoegdheden ontbreken. Hij schrijft zelfs dat voor invoering van bestuurlijke boetes een wetswijziging nodig is en dat nog moet worden bekeken hoe die vorm krijgt. Dat is opmerkelijk. Jarenlang is omwonenden verteld dat het nieuwe stelsel eindelijk echte bescherming zou bieden. Nu blijkt dat een van de belangrijkste handhavingsinstrumenten nog helemaal niet bestaat.
Ook rond de milieueffectrapportage bestaat een opvallend contrast. Wij concludeerden eerder dat de Raad van State grote vraagtekens zet bij het gekozen bovengrensalternatief, de referentiesituaties en het ontbreken van een vergelijking met feitelijk gebruik. Dat zijn exact dezelfde punten waarop de Commissie m.e.r. eerder stevige kritiek had geuit.
Snelheid
Het ministerie houdt echter vol dat het MER voldoende beslisinformatie bevat. Volgens Karremans was een vergelijking met feitelijk gebruik niet nodig omdat dit vertraging zou opleveren en weinig nieuwe informatie zou genereren.
Daarmee bevestigt de minister eigenlijk de analyse van SchipholWatch. Niet de kwaliteit van de onderbouwing stond voorop, maar de snelheid. De redenering luidt immers dat aanvullend onderzoek achterwege bleef omdat het te veel tijd zou kosten bij de uitvoering van het vonnis van de rechtbank Den Haag.
Nog een gevoelig punt betreft de fundamentele rechten van omwonenden. De Raad van State vraagt nadrukkelijk hoe het besluit zich verhoudt tot artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij wijst de Afdeling specifiek op bewoners rond preferente banen die onevenredig veel geluidsoverlast kunnen ondervinden.
Extra overlast
In de ministeriële reactie wordt geprobeerd die kritiek te beantwoorden met een beroep op de fair balance-leer uit de Europese rechtspraak. Het kabinet stelt dat het gerechtvaardigd kan zijn dat sommige groepen meer hinder ervaren als daardoor voor een grotere groep de hinder afneemt. Daarnaast wordt gewezen op woningisolatieprogramma’s en toekomstige hinderreductie.
Juist hier wordt duidelijk waarom wij het advies zoveel zwaarder beoordelen dan het ministerie. De Raad van State vraagt namelijk niet alleen om een technische toelichting. Zij dwingt het kabinet om opnieuw uit te leggen waarom duizenden bewoners extra overlast moeten accepteren om het preferente banenstelsel overeind te houden.
Pikant is dat de minister inmiddels ook een stap terug moet zetten op het punt van koolstofmonoxide. Waar het ontwerpbesluit de grenswaarde voor CO wilde schrappen, adviseert de Raad van State dat nader te motiveren of het besluit aan te passen. Het kabinet kiest nu voor het laatste: de norm blijft toch gehandhaafd. Hier laat de Raad van State dus niet slechts een motiveringsgebrek zien, maar corrigeert zij rechtstreeks een beleidskeuze.
Structurele ontwerpfouten
Daarmee ontstaat een beeld dat sterk afwijkt van de geruststellende toon van het ministerie. Waar I&W spreekt over nadere toelichtingen en verduidelijkingen, ziet SchipholWatch een advies dat zich voegt bij een groeiende rij onafhankelijke instanties die ernstige tekortkomingen signaleren in het Schipholdossier.
De politieke betekenis daarvan mag niet worden onderschat. Wanneer achtereenvolgens de Commissie m.e.r., de ILT en de Raad van State dezelfde zwakke plekken aanwijzen, ontstaat het beeld van een besluit dat niet lijdt aan een incidenteel gebrek, maar aan structurele ontwerpfouten.
De Kamer moet daarom opletten voor de framing die het ministerie kiest. De vraag is niet of enkele paragrafen in de toelichting nog wat uitgebreider kunnen worden geschreven. De werkelijke vraag is of het kabinet erin is geslaagd een juridisch houdbaar besluit op te stellen dat daadwerkelijk rechtsbescherming biedt aan omwonenden.

Sla dit artikel op in uw favorieten










Geef een reactie