Uit een nieuw onderzoek van topjuristen Ellen Gijselaar en Anneloes Kuiper blijkt een patroon dat zelden zo helder is blootgelegd: zodra het over Schiphol gaat, verandert artikel 8 EVRM van een mensenrechtennorm in een loos artikel.
De auteurs beschrijven hoe Nederlandse rechters historisch gezien “zelden waarde hechtten aan internationale verplichtingen in dergelijke zaken en vielen terug op de nationale normen inzake onrechtmatige daad en hinder.”
Die zin is de sleutel tot het begrijpen van de rechtspraak rond luchtvaartoverlast: de rechter erkent het EVRM, maar gebruikt het niet. De reconstructie start met de erkenning dat geluidshinder en milieuschade door luchtvaart binnen de reikwijdte van artikel 8 EVRM vallen. Het rapport stelt expliciet dat civiele rechters in hinderzaken moeten beoordelen “of de hinder een minimumniveau heeft bereikt op basis van de ernst, de duur en de aard van de hinder.”
Toets uitgehold
In de Schiphol‑zaak van de stichting Recht op Bescherming tegen Vliegtuigoverlast (RBV) was dat evident: nachtelijke slaapverstoring, structurele geluidpieken, ultrafijnstof. Toch wordt de EVRM‑toets vervolgens uitgehold door een fair balance‑test die de auteurs omschrijven als “vaak te dun gemotiveerd en mist volwaardige aansluiting bij de EHRM‑terminologie.” Dat noemen de onderzoekers een structurele fout. De fair balance‑test is immers bedoeld als een scherpe proportionaliteitstoets.
De reconstructie laat zien hoe de rechter die dans uitvoert. Eerst wordt erkend dat artikel 8 EVRM positieve verplichtingen oplegt aan de Staat. Daarna wordt vastgesteld dat luchtvaartbeleid complex is en dat de Staat een breed regelgevingskader hanteert. Vervolgens wordt geconcludeerd dat de Staat voldoende heeft afgewogen, zonder dat die afweging wordt getoetst aan de internationale normen die het EHRM verplicht stelt.
De auteurs schrijven dat de Nederlandse rechter “nog niet altijd optreedt als volwaardige EVRM‑rechter” en dat de noodzakelijke dialoog met het EHRM “in hinder- en overlastzaken uitblijft.” Dat is een vernietigend oordeel, zeker omdat het EVRM juist bedoeld is om burgers te beschermen tegen precies dit soort ernstige, door de Staat gereguleerde hinder.
Geen inhoudelijke toets
De reconstructie wordt scherp wanneer de auteurs ingaan op de margin of appreciation. Zij citeren de EHRM‑rechtspraak waarin staat dat deze beoordelingsmarge uitsluitend de verhouding tussen Staat en EHRM betreft. Toch gebruiken Nederlandse rechters die marge wél als excuus om luchtvaartbeleid niet inhoudelijk te toetsen. Dat is juridisch onhoudbaar. De nationale rechter moet juist onderzoeken of de Staat zijn positieve verplichtingen nakomt. In luchtvaartzaken gebeurt het tegenovergestelde: de rechter neemt de beleidsmatige complexiteit van Schiphol als argument om níet te toetsen.
Het onderzoek bevat een passage die dit mechanisme ontmaskert. De auteurs schrijven dat nationale rechters verplicht zijn om het EVRM te interpreteren volgens de internationale interpretatieregels van het Weens Verdragenverdrag, aangevuld met de common ground‑methode. Dit betekent dat rechters internationale standaarden moeten betrekken, zoals WHO‑richtlijnen voor geluid of het voorzorgsbeginsel uit de Rio‑verklaring. Toch blijven Nederlandse rechters in luchtvaartzaken hangen in nationale normen die decennia achterlopen op de wetenschap. De reconstructie laat zien dat dit geen toevallige omissie is, maar een structurele keuze om het EVRM niet te laten botsen met het luchtvaartbeleid.
Belangen niet gewogen
De auteurs trekken een harde conclusie: de Nederlandse rechter biedt niet het beschermingsniveau dat het EHRM vereist. Dat blijkt uit de manier waarop de fair balance‑test wordt toegepast. De belangen van bewoners worden benoemd, maar nooit werkelijk gewogen. De belangen van de Staat worden benoemd, maar nooit getoetst. De positieve verplichtingen worden erkend, maar nooit ingevuld. Het EVRM wordt zo een papieren schild zonder praktische functie.
De reconstructie maakt duidelijk dat dit een structurele ondermijning is van de rechtsstaat. Artikel 8 EVRM verplicht de Staat om burgers te beschermen tegen ernstige hinder. De Nederlandse rechter heeft de bevoegdheid én de plicht om die bescherming af te dwingen. Maar zodra Schiphol in beeld komt, wordt die plicht vervangen door terughoudendheid en een bijna automatische acceptatie van het luchtvaartbelang.
De passages over luchtvaart in dit onderzoek luiden daarmee een juridisch alarmbel. Ze laten zien dat de rechterlijke toetsing van luchtvaartoverlast niet EVRM‑proof is, niet wetenschappelijk onderbouwd en niet voldoet aan de internationale normen die Nederland zelf heeft onderschreven. De reconstructie toont een rechtsorde waarin bewoners structureel worden blootgesteld aan extreme hinder, terwijl de rechter weigert het instrument te gebruiken dat hen moet beschermen.

Sla dit artikel op in uw favorieten










Reint
Het wordt zo wel tijd dat de omwonenden die last hebben van het vliegverkeer van Schiphol, Roterdam- en Eindoven-airport gezamenlijk de economie langduriger platleggen! Om zo te forceren dat hier wordt opgetreden.
Objectief blijven
Laten we wel objectief blijven.
Art. 8 evrm wordt niet uitgehold. Het is per definitie “uitholbaar”.
Het artikel geeft echt geen absolute bescherming tegen alle inbreuk. Dat is ook nooit de insteek geweest. Het is een oproep tot een belangenafweging. Daar ligt een taak van de overheid. De rechters zullen altijd conform zo’n belangenafweging hun vonnis uitspreken. Dat zal nooit zo absoluut zijn als lezers van deze site zouden willen.
We zullen echt een bepaalde mate van inbreuk moeten accepteren. En die realiteit onder ogen zien.
Pascal
Wat is er onder artikel 8 van EVRM eigenlijk nog wel mogelijk? Is niet elke vlucht over Uithoorn, Zwanenburg, Buitenveldert op 300 meter hoogte, met pieken van meer dan 70dB, een schending? Is 20 uur per dag vliegen over de Polderbaan- en kaagbaan-gebieden een schending?
Jeanine
Dus vol spanning zien we uit naar het vervolg in de RBV zaak. Dan behandelt Het Gerechtshof in Den Haag het grote hoger beroep over de structurele schending van dit artikel 8 EVRM.
Willem
Ik word er toch wel een beetje moedeloos van zo , echter , opgeven is geen optie.
Met welke wettelijke argumenten of wetsartikelen , Nederlands of Europees , krijgen we de ILT en de Rechterlijke macht wel zover om overtuigd te raken van de noodzaak om Schiphol en de KLM te laten krimpen tot “normale” proporties ?
SK
Shocking! Wat voor reden geven de rechters?
H. Elout
Onthutsend!
Schiphol mag geen juridische uitzonderingspositie krijgen.
De analyse van Ellen Gijselaar en Anneloes Kuiper legt een fundamentele vraag op tafel: biedt artikel 8 EVRM ook rond Schiphol dezelfde bescherming aan omwonenden als elders in Nederland?
Als ernstige geluidhinder, slaapverstoring en gezondheidsrisico’s worden erkend, maar niet leiden tot een daadwerkelijke toets of de Staat zijn verplichtingen nakomt, dreigt artikel 8 EVRM een papieren belofte te worden.
Grondrechten zijn er juist wanneer grote economische belangen botsen met de bescherming van burgers. De rechtsstaat kent geen uitzonderingsgebieden.
Ook rond Schiphol mogen fundamentele rechten niet ondergeschikt worden gemaakt aan het economische belang van de luchtvaart.
Schiphol mag geen juridische uitzonderingspositie krijgen.
Juist waar de economische belangen het grootst zijn, moeten fundamentele rechten het krachtigst worden beschermd en niet simpelweg opzij worden geschoven.