Burgers voor een gezonde leefomgeving en dus voor krimp van Schiphol

Veiligheid

Crisisbestrijdingsplan Schiphol – vooral een plan voor de bedrijfscontinuïteit

brandweer

Foto: Tintin Minmin

(leestijd circa 4 minuten)
4.7
(69)

Het Crisisbestrijdingsplan Schiphol 5.0 (mirror) zou een veiligheidsplan moeten zijn, maar is vooral een zorgvuldig georkestreerde poging om de luchthavenprocessen te beschermen tegen stilstand. Het plan is een weergave van de cultuur rond Schiphol: veiligheid is een randvoorwaarde, nooit een grens.

Het is een plan dat de schijn van controle wekt, maar in werkelijkheid de afhankelijkheid van een private exploitant vergroot en de publieke crisisorganisatie in een keurslijf dwingt waarin economische belangen altijd op de achtergrond meespelen.

Het begint al bij de toon. Het document is strak, formeel, vol schema’s en verwijzingen naar andere plannen. Maar nergens staat de vraag die centraal zou moeten staan: wat is de maximale risicoacceptatie voor een luchthaven midden in een dichtbevolkt gebied? Die vraag wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. In plaats daarvan staat uitvoerig beschreven hoe de crisisorganisatie vooral moet zorgen dat de luchthaven zo snel mogelijk weer draait na een ramp.

“Het spoedig weer laten vertrekken van vliegtuigen heeft daarom hoge prioriteit”, zo verwoorden de opstellers van het plan de intenties. Maar het gaat hier niet om een economische afweging, maar om een veiligheidsplan. Toch wordt het hervatten van vliegverkeer gepresenteerd als een veiligheidsmaatregel. De redenering is simpel: als het vliegverkeer te lang stilstaat, ontstaan er openbare‑ordeproblemen in de terminal. Dus moet het vliegverkeer snel weer op gang komen. Het is een logica die past bij het bedrijf, niet bij de veiligheidsregio. Het plan maakt geen onderscheid tussen economische schade en fysieke veiligheid, en dat is een fundamentele fout.

Belangenverstrengeling
De rol van Schiphol in dit plan is opvallend. De luchthaven heeft een eigen crisisorganisatie, compleet met een Commissie van Overleg (CVO), een Emergency Response and Control Centre (ERCC) en een flowmanager die bepaalt wanneer het vliegverkeer weer kan worden opgestart. Deze interne structuur is geen adviserende schil, maar een volwaardige speler in de regionale crisisorganisatie. Het plan legitimeert dat feit zonder enige kritische reflectie op belangenverstrengeling. Schiphol is niet alleen onderwerp van crisisbestrijding, maar ook mede‑regisseur ervan. Dat is bestuurlijk niet gezond.

De burgemeester, formeel opperbevelhebber bij crises, blijkt in de praktijk afhankelijk van Schiphol, LVNL, Marechaussee, ProRail, RWS, airlines, OM en het ministerie. Het plan beschrijft dat de burgemeester een verzoek kan indienen om het luchtruim te sluiten. Een verzoek. Geen besluit. De minister beslist. Schiphol adviseert. LVNL voert uit. De burgemeester is geen gezagsdrager maar slechts het knooppunt in een keten waar anderen aan de knoppen zitten. Het plan benoemt die afhankelijkheid niet als probleem, maar als vanzelfsprekendheid.

Illustratie uit het plan

De GRIP‑structuur, ooit bedoeld om orde te scheppen, wordt in dit plan opgerekt tot een bestuurlijk moeras. Er zijn zoveel teams, overlegvormen en liaisons dat het systeem alleen werkt als iedereen perfect weet wat zijn rol is. Maar crises zijn per definitie chaotisch. Het plan probeert dat te ondervangen met termen als “adaptieve crisisorganisatie” en “kernoverleg”, maar dat maakt het systeem alleen maar diffuser. Alsof men erkent dat de structuur zelf onvoldoende houvast biedt, en daarom extra overleglagen creëert om onzekerheid te managen. Dat vergroot juist de kans op vertraging en bestuurlijke wanorde.

Kwetsbaar
De passage over “zero‑rate” is een schoolvoorbeeld van semantische camouflage. Bij een crash wordt het vliegverkeer bevroren omdat er geen brandweerdekking is. Maar het plan benadrukt dat dit geen luchtruimsluiting is, slechts “tijdelijke onbeschikbaarheid van start- en landingsbanen”. Dat is taal die de ernst van de situatie maskeert. Als de brandweer niet kan dekken, is de luchthaven feitelijk gesloten. Het plan kiest bewust voor woorden die de impact minimaliseren, waarschijnlijk om de indruk te vermijden dat Schiphol kwetsbaar is. Maar dat is precies wat het document laat zien: een incident op één plek kan de hele luchthaven lamleggen.

De zelfredzaamheid van reizigers wordt in het plan nauwelijks serieus genomen. Het document erkent dat reizigers vaak geen sociaal netwerk hebben, de taal niet spreken en zich in een afgeschermde zone bevinden. Maar dat wordt niet uitgewerkt. Er is geen analyse van hoe paniek zich verspreidt in terminals, hoe crowding werkt, hoe evacuatie van duizenden mensen in een beveiligde zone verloopt. Het plan verwijst naar andere documenten, alsof zelfredzaamheid een bijzaak is. Dat is onbegrijpelijk voor een luchthaven met zo’n massadynamiek.

Ook de afhankelijkheid van het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) is een risico op zichzelf. Het plan benadrukt dat alle informatie via LCMS moet lopen, maar noemt geen fallback‑scenario’s. LCMS is een systeem dat bij grote incidenten structureel overbelast raakt. Het plan gaat ervan uit dat het altijd werkt. Dat is naïef.

Dubbele inzet
De rolverdeling tussen marechaussee en politie is een ander zwak punt. De marechaussee heeft politietaken binnen het luchthavengebied, de politie daarbuiten. Maar het plan erkent dat bij alarmering vaak niet duidelijk is waar het incident precies plaatsvindt. Dit betekent dat twee korpsen tegelijk worden gealarmeerd, met risico op dubbele inzet, rolverwarring en commandoconflicten. Het plan benoemt dit, maar lost het niet op.

Wat vooral ontbreekt, is een bredere maatschappelijke reflectie. Het document is volledig in lijn met de Wet veiligheidsregio’s en de luchtvaartwetgeving, maar het mist de vraag wat het betekent dat een luchthaven met zulke risico’s midden in een dichtbevolkt gebied ligt. Omwonenden komen niet voor in het stuk. Externe effecten worden niet geanalyseerd. Het plan is uitsluitend gericht op interne processen, alsof Schiphol een eiland is en de omgeving er niet toe doet.

Het Crisisbestrijdingsplan Schiphol 5.0 is geen onafhankelijk veiligheidsdocument, maar een gecoördineerde samenwerking tussen overheid en luchthavenexploitant. Het is een plan dat veiligheid belooft, maar vooral de continuïteit van de luchthaven beschermt die zichzelf belangrijker acht dan de mensen die erdoor worden geraakt. Het is een plan dat de publieke crisisorganisatie in een rol dwingt waarin economische belangen altijd meespelen.

We staan weer aan de vooravond van belangrijke juridische procedures, onder meer tegen het Luchthavenverkeersbesluit. Dat kan alleen met uw steun.

Wat vindt u van dit artikel?

Klik op een ster om het stuk te waarderen

Gemiddeld 4.7 / 5. Aantal stemmen: 69

Nog geen stemmen. Geef als eerste uw mening!

FavoriteLoadingSla dit artikel op in uw favorieten

4 Reacties

  1. rrustema

    “Het plan beschrijft dat de burgemeester een verzoek kan indienen om het luchtruim te sluiten.”

    Welke burgemeester? Die van Haarlemmermeer? Ik kan me voorstellen dat Marianne Schuurmans-Wijdeven van de VVD daar heel andere reflexen heeft dan Femke Halsema van Amsterdam. Economie versus rekening houden met de pijnlijke herinneringen die Zuidoost nog heeft, bijvoorbeeld.

    Of gaan de burgemeesters van alle betrokken gemeenten samen een videogesprek in om af te stemmen?

    4
  2. W Lieverst

    Alle berichten uit Amstelveen zijn verontrustend.
    Ook het onderhoud van de KLM-toestellen
    laat te wensen over. Wat vliegt er wel niet allemaal boven onze hoofden?
    De cijfers van de gedeeltelijk Franse zwaan, worden weer verbaal opgepoetst door poetsvrouw Rintel.
    Een crisisplan dat geen rekening houdt met een dichtbevolkte omgeving.
    Wat is de leiding van Nederland toch in handen van een stel amateurs.

    8
  3. SK

    Is bekend of dit plan afwijkt van crisisbestrijdingsplannen van andere vliegvelden Europees / wereldwijd? Gelden hier geen uniforme en eenduidige richtlijnen voor?

    14
  4. Zeer verontrustend

    Het tekenen van stroomschema’s is tegenwoordig een wetenschap: hoe maak ik het zo onbegrijpelijk mogelijk.
    Dat is hier dus geslaagd, zo te zien is er sprake van een cirkel redenering: zeer verontrustend dat dit ook niet bekritiseerd wordt door overheidsinstanties of dat toezichthouders dit hebben afgekeurd.

    15
Translate