Een nieuw rapport van TNO over de strategische economische belangen van Noord-Holland bevat een opmerkelijke conclusie. Waar luchthaven Schiphol zichzelf al decennia presenteert als de economische motor van Nederland, belandt de luchtvaart in de analyse van TNO niet in de strategische voorhoede. Niet eens in de tweede ring.
De sector wordt door TNO ingedeeld als een activiteit met slechts een ‘selectieve positie’, terwijl de maatschappelijke bijdrage als onzeker wordt beoordeeld.
Dat is een opvallende uitkomst, juist omdat het onderzoek is opgezet vanuit de vraag welke economische activiteiten voor Noord-Holland werkelijk van strategisch belang zijn in een tijd van ruimtegebrek, energiegebrek, personeelsschaarste en toenemende geopolitieke spanningen. Het rapport werd opgesteld voor de provincie Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied.
TNO vertrekt vanuit een harde constatering. Noord-Holland kan niet langer alle economische activiteiten onbeperkt faciliteren. De provincie moet keuzes maken omdat ruimte, arbeid, energie en grondstoffen schaars zijn geworden. Economische groei alleen is daarom niet langer het criterium. De vraag is welke activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan maatschappelijke doelen én waarin Noord-Holland een onderscheidende positie heeft.
Dartboard
Om die vraag te beantwoorden ontwikkelden de onderzoekers een soort economisch dartbord. In de binnenste ring staan activiteiten waarin Noord-Holland een unieke en sterke positie heeft. Verder naar buiten nemen betekenis en invloed af. Daarnaast wordt gekeken hoe robuust de maatschappelijke bijdrage van een activiteit is.
De winnaars zijn niet Schiphol of de luchtvaartsector, maar biotechnologie en plantveredeling. Alleen deze twee activiteiten krijgen van TNO de status van echte kernpositie.
De luchtvaart komt terecht in de categorie ‘selectieve posities’. Dat betekent dat Noord-Holland op bepaalde onderdelen wel een onderscheidende rol speelt, maar geen breed dominante systeempositie heeft. Volgens TNO berust de positie van de luchtvaart vooral op concentratie en specialisatie rond Schiphol. Op andere onderdelen scoort de sector zwakker. De kennisbasis wordt als relatief beperkt omschreven en de afhankelijkheid van internationale netwerken is groot.
TNO schrijft letterlijk dat de luchtvaart wordt gekenmerkt door “een sterke concentratie en specialisatie, maar een relatief beperkte kennisbasis en een hoge afhankelijkheid van internationale netwerken”.
Afwijking
Daarmee wijkt de analyse sterk af van het beeld dat de sector zelf graag uitdraagt. Waar Schiphol zich presenteert als een onmisbare nationale mainport, ziet TNO een activiteit met duidelijke sterke kanten maar ook forse structurele afhankelijkheden.
Nog opvallender is TNO’s oordeel over de maatschappelijke betekenis van de luchtvaart.
De onderzoekers beoordelen activiteiten niet alleen op economische omvang, maar ook op hun bijdrage aan vier maatschappelijke doelen: toekomstig verdienvermogen, veiligheid en weerbaarheid, duurzaamheid en circulariteit, en gezondheid en welzijn.
Voor luchtvaart concludeert TNO dat de maatschappelijke bijdrage onzeker is. De sector wordt ondergebracht in dezelfde categorie als petrochemie, groene chemie, nanotechnologie en nieuwe materialen: activiteiten die mogelijk iets kunnen bijdragen, maar waarvan de maatschappelijke opbrengst onzeker blijft.
Luchtvaart onder druk
De reden is expliciet. Volgens de onderzoekers staat de luchtvaart onder druk door duurzaamheidsvraagstukken. In de methodische bijlage wordt luchtvaart gekarakteriseerd als een activiteit waarvan de bijdrage aan maatschappelijk belang onzeker is vanwege die duurzaamheidsproblematiek.
Dat oordeel is opmerkelijk omdat overheden en luchtvaartlobbyisten juist vaak stellen dat groei van Schiphol noodzakelijk is voor de toekomst van Nederland. TNO zegt feitelijk iets anders: de economische betekenis van luchtvaart staat niet vanzelf gelijk aan een robuuste maatschappelijke bijdrage.
Nog een pijnlijke observatie voor de luchtvaartsector: verschillende digitale activiteiten krijgen van TNO een hogere strategische waardering dan luchtvaart.
Datacenters, kunstmatige intelligentie, cybersecurity, medtech en windenergie worden door TNO gezien als systeemdragende activiteiten met een robuust maatschappelijk belang. De luchtvaart komt daar pas achteraan.
Niet opvallend
Ook binnen de beoordeling van kennisintensiteit valt de luchtvaart niet op. Activiteiten als biotechnologie, internet of things, artificial intelligence, cybersecurity en medtech beschikken volgens TNO over een duidelijk sterkere kennispositie of hogere technologische complexiteit.
Daarmee verschuift het zwaartepunt van wat als strategisch wordt beschouwd. Niet fysieke vervoersstromen maar kennis, innovatie, digitale infrastructuur en biotech bepalen volgens het rapport in toenemende mate de economische toekomst van Noord-Holland.
De betekenis van het rapport reikt verder dan een wetenschappelijke exercitie. Het document moet namelijk input leveren voor toekomstig provinciaal economisch beleid en voor de actualisering van de omgevingsvisie van Noord-Holland. Juist daarom is de uitkomst zo relevant.
Andere sectoren belangrijker
TNO zegt niet dat luchtvaart onbelangrijk is. De luchthaven blijft volgens de onderzoekers een belangrijke internationale netwerkfunctie vervullen. Maar het rapport plaatst die functie nadrukkelijk naast andere belangen en beoordeelt haar binnen een wereld van schaarste, duurzaamheidseisen en maatschappelijke afwegingen.
In die vergelijking blijken biotechnologie, plantveredeling, digitale veiligheid en innovatieve kennisclusters voor de toekomst van Noord-Holland strategisch waardevoller dan verdere afhankelijkheid van de luchtvaart.
Dat is een conclusie die in Den Haag, op Schiphol en in de luchtvaartlobby niet met gejuich zal worden ontvangen. Maar het is wel de conclusie van het rapport dat juist bedoeld was om vast te stellen welke economische activiteiten de provincie in de toekomst voorrang zou moeten geven.

Sla dit artikel op in uw favorieten









Rob
Interessant. En een goede aanvulling op het rapport Wennink. Wennink had goede info over stimuleren topsectoren, maar had onder druk van de lobby geen echte keuze gemaakt. Dat doet dit TNO rapport wel.
Jaap
Komt me bekend voor. Juli 2016: Mainports Voorbij opgesteld door de Raad voor de Leefomgeving.
Elke medewerker in de luchtvaartsector kun je niet meer elders in de economie inzetten, waar de toegevoegde waarde wel eens hoger zou kunnen zijn. En dat geldt ook voor alle kapitaalgoederen.