Luchtvaart is verantwoordelijk voor een kwart van alle uitstoot van ultrafijne deeltjes in Nederland. Daarmee behoort de sector tot de grootste bronnen van deze vervuiling.
Dit blijkt uit een inventarisatie, uitgevoerd door TNO in opdracht van het RIVM. De studie brengt voor het eerst de Nederlandse uitstoot van zogeheten ultrafijne deeltjes in kaart op basis van het aantal uitgestoten deeltjes in plaats van hun massa. Juist daardoor ontstaat een ander beeld dan uit de gebruikelijke statistieken over fijnstof.
Volgens TNO is verkeer en vervoer verantwoordelijk voor meer dan 90 procent van de totale uitstoot van ultrafijnstof in Nederland. Binnen die categorie neemt de luchtvaart 25 procent van de uitstoot voor zijn rekening. Daarmee behoort de sector tot de belangrijkste bronnen van de kankerverwekkende ultrafijne deeltjes in ons land.
Wat vooral opvalt, is dat luchtvaart veel prominenter naar voren komt wanneer wordt gekeken naar aantallen deeltjes in plaats van naar de massa van fijnstof. Traditionele fijnstofstatistieken worden gedomineerd door andere sectoren, maar bij ultrafijne deeltjes verschuift het zwaartepunt naar bronnen die enorme aantallen microscopisch kleine deeltjes uitstoten.
TNO stelt vast dat meer dan 90 procent van de uitgestoten deeltjes kleiner is dan 100 nanometer en daarmee binnen de definitie van ultrafijnstof valt. Juist deze deeltjes staan al jaren in de belangstelling vanwege mogelijke gezondheidseffecten.
Grote onzekerheden
Tegelijkertijd maakt het rapport duidelijk dat de kennis over de ultrafijnstofuitstoot van vliegtuigen nog beperkt is. Voor de luchtvaart is gebruikgemaakt van een conservatieve emissiefactor gebaseerd op eerdere Europese studies. De onderzoekers noemen verbetering van deze methodiek expliciet een prioriteit voor vervolgonderzoek.
Volgens TNO zijn vliegtuigmotoren bovendien een bijzondere bron van ultrafijne deeltjes. Door de zeer korte verblijftijd van uitlaatgassen in de motoren ontstaan grote aantallen extreem kleine deeltjes rond de 10 nanometer. Die zijn moeilijk te meten en daardoor moeilijk te kwantificeren.
De onderzoekers verwijzen naar studies waaruit blijkt dat het totale aantal uitgestoten deeltjes veel hoger ligt wanneer ook vluchtige deeltjes worden meegerekend. Vanwege de grote onzekerheden heeft TNO ervoor gekozen deze hogere schattingen niet in de inventarisatie op te nemen. De berekening van TNO valt daardoor waarschijnlijk te laag uit.
Relevantie voor Schiphol
Voor de discussie rond Schiphol (en de regionale vliegvelden) zijn deze uitkomsten opmerkelijk. Al jaren waarschuwen onderzoekers voor de blootstelling van omwonenden aan ultrafijnstof afkomstig van vliegverkeer. Nu concludeert TNO in een landelijke inventarisatie dat de luchtvaart tot de grootste bronnen van ultrafijne deeltjes behoort, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat de huidige emissiecijfers nog aanzienlijk hoger kunnen uitvallen.
TNO beveelt daarom aan om de beschikbare meetnetten voor ultrafijnstof in Nederland intensiever te gebruiken om de emissies beter te kunnen bepalen en de blootstelling van omwonenden nauwkeuriger in kaart te brengen.
De nieuwe inventarisatie onderstreept daarmee dat de maatschappelijke discussie over de gevolgen van de luchtvaart niet alleen draait om geluid, CO₂ en stikstof. Ook ultrafijnstof is volgens TNO een vervuilingscategorie waarin de luchtvaart een uitzonderlijk grote rol speelt.

Sla dit artikel op in uw favorieten









Geef een reactie